Groei bouwproductie leidt tot prijsstijging en personeelstekort

De bouwproductie is in het tweede kwartaal van 2017 gegroeid met 6% ten opzichte van hetzelfde kwartaal vorig jaar,  zo meldt ING. Dit is al het vierde achtereenvolgende jaar dat de bouwproductie is gegroeid, iets wat aannemers reden geeft om de toekomst optimistisch tegemoet te zien. Vooral de nieuw- en verbouw van woningen zijn, door de aantrekkende huizenmarkt, verantwoordelijk voor de groei. De groei in deze sector wordt wel verwacht minder hard te groeien dan voorgaande jaren. Dit wordt echter opgevangen door de toenemende groei in de utiliteitsbouw.

Deze groei komt echter met een keerzijde. Er ontstaat namelijk een tekort aan personeel en materiaal, wat leidt tot prijsverhogingen. De levertijden van bouwmaterialen nemen toe doordat leveranciers hun capaciteit niet snel genoeg kunnen opvoeren. Ook zien de leveranciers, onderaannemers en zzp’ers hun kans schoon om hun prijzen te verhogen. Dit zorgt weer voor slechtere rendementen, vooral bij eerder eerder aangenomen langdurige projecten. Bij deze projecten bestaat nu de kans dat er duurder materiaal én personeel moet worden ingekocht dan van tevoren gedacht.

Goederenexport naar het Verenigd Koninkrijk neemt af

De effecten van de naderende Brexit blijken nu al voelbaar. De export van goederen vanuit Nederland naar het Verenigd Koninkrijk is in de eerste helft van 2017 namelijk al met 2 procent afgenomen in vergelijking met dezelfde periode in 2016. De handel met het Verenigd Koninkrijk is ook beïnvloed door de hogere waarde van de Euro ten opzichte van de Pond. De Euro was, in vergelijking met het voorgaande jaar, 10 procent duurder.

Ondanks dat de export van goederen naar het Verenigd Koninkrijk is gedaald, zijn er enkele branches die een stijging hebben doorgemaakt. De export van organische en chemische producten, zuivelproducten, plantaardige vette oliën, groenten en fruit en medicinale producten zijn allemaal gestegen in de eerste helft van 2017. De export van schepen, boten en voertuigen voor wegvervoer is het afgelopen half jaar juist drastisch gedaald. De andere dalers zijn ijzer en staal, computers en papier- en kartonartikelen.

Uitspraak geschillencommissie Rentederivaten tegen ABN AMRO en Deutsche Bank

De Geschillencommissie Rentederivaten van het financiële klachteninstituut Kifid heeft onlangs een uitspraak gedaan in een zaak van een ondernemer tegen ABN AMRO en Deutsche Bank. De ondernemer spande deze zaak aan naar aanleiding van een renteswap die hij in 2006 voor een periode van tien jaar afgesloten had. Tijdens deze periode is de ABN AMRO tijdelijk overgenomen door Deutsche Bank, waardoor de renteswap daar ook tijdelijk is ondergebracht. De ondernemer heeft een schadeclaim ingediend tegen de banken omdat hij van mening was dat de renteswap geen passend product zou zijn geweest.

Nadat hij met de banken niet tot een overeenkomst kon komen, heeft hij de klacht ingediend bij de Geschillencommissie Rentederivaten. Deze concludeerde dat de renteswap destijds wel een passend product was, maar dat tijdens de overname een te hoge negatieve waarde zou zijn berekend. De ondernemer heeft hier financiële schade door geleden, waar de banken hem eigenlijk een ander advies hadden moeten geven. Daarom heeft de commissie besloten dat ABN AMRO 10.000 euro moet betalen aan de ondernemer. Deutsche Bank wordt zelfs verplicht om 45.000 euro te betalen. Ook moeten beide banken 500 euro aan de ondernemer betalen voor de kosten van de klachtbehandeling door de commissie. Deze uitspraak kan bemoedigend werken voor andere ondernemers die zich benadeeld voelen door een renteswap die zij in de afgelopen jaren hebben afgesloten. Het is nu afwachten of er meer soortgelijke uitspraken gedaan gaan worden door de commissie.

BOVAG pleit voor belastingvrije leasefiets

De BOVAG vindt de bijtelling die momenteel bij het leasen van een fiets via de werkgever komt kijken onzin. Het zorgt voor grote onduidelijkheid onder werkgevers, omdat niemand precies begrijpt hoe het zit. Dit terwijl het aanschaffen van een fiets via de werkgever juist bedoeld is om werknemers meer te motiveren om met de fiets naar het werk te komen. Dit is niet alleen goed voor de gezondheid van de werknemer, maar ook voor het milieu en filevermindering.

Nu moeten bedrijven extra geld rekenen wanneer medewerkers de fiets ook privé gebruiken. Bij een auto van de zaak kunnen werknemers een deel van de kilometers die zij privé maken, afkopen. Bij een fiets kan dit niet en moeten zij elke kilometer die zij privé fietsen, bijhouden. Over deze kilometers moeten verschillende berekeningen gemaakt worden. Omdat werkgevers deze te lastig vinden, geven zij medewerkers niet de mogelijkheid tot het leasen van een fiets. Ze zijn bang voor eventuele naheffingen bij een controle door de belastingdienst. Het leasen van een fiets is na de afschaffing van het fietsplan nog de enige aantrekkelijke mogelijkheid tot het verstrekken van een fiets via het bedrijf. Dit wordt nu door de extra regels helaas niet makkelijker gemaakt.

EenVandaag en MKB-Nederland peilen mening werkend Nederland omtrent AOW-leeftijd

Zowel werknemers als werkgevers zijn tegen het verhogen van de AOW-leeftijd. Dit blijkt uit een gezamenlijke peiling van EenVandaag en MKB-Nederland. Van de werknemers geeft 63 procent aan dat zij de AOW-leeftijd het liefst weer verlaagd zien naar 65 jaar, terwijl 51 procent van de werkgevers er ook zo over denkt.

Werknemers en werkgevers dragen verschillende redenen aan voor het terugdraaien van de verhoging. Werknemers zijn bang dat ze op latere leeftijd minder productief zullen zijn, of zelfs de AOW-leeftijd niet zullen halen. Werkgevers aan de andere kant, zijn bang voor extra kosten voor de gevolgen van werknemers die de AOW-leeftijd niet halen. Deze werknemers zullen toch betaald moeten worden tijdens ziekte of arbeidsongeschiktheid op latere leeftijd, veroorzaakt door de verhoging van de AOW.

In de peiling zijn werknemers en werkgevers gevraagd naar hun ideeën over een oplossing voor de problematiek rondom de AOW-leeftijd. Werkgevers dragen bijvoorbeeld een invoering van een flexibele AOW aan. Werknemers zouden onder deze regeling eerder kunnen stoppen, tegenover een lagere AOW-uitkering. Dit zien werknemers die deelnamen aan de peiling totaal niet zitten. Zij geven aan dat zij het financieel niet redden als zij eerder stoppen met werken, gecombineerd met een lagere AOW-uitkering. Een oplossing blijkt dus nog niet zo eenvoudig te vinden. Wat er met de resultaten van de peiling gedaan gaat worden, zal dan ook nog moeten blijken.